zaterdag 8 oktober 2011

De Pin-up integraal uitgekleed

De uitgever biedt de kans om nu van de tweede cyclus in zijn geheel te genieten. In het drieluik Blackbird, Kolonel Abel en Gladys benen Yann en Berthet benen de mythe van Howard Hughes volledig uit lang voor The Aviator in de bioscoopzalen verscheen. De perverte excentriekeling leeft duidelijk met een trauma en dus moet Dottie, ofte Poison Ivy, het ontgelden. Thriller, romantiek, passie, drama, spionage, machtsmisbruik en manipulatie. Dottie is de pikante speelbal, hoewel, geen katje om zonder handschoenen te benaderen. Een efficiënt, onderhoudend avontuur met de nodige portie 'verantwoorde' licht sex. En dat gekaderd in een historisch perspectief, een spielerei. Berthet is de brave grafische uitvoerder. Even efficiënt. Even steriel. Even amusant.
- Cosa Nostra 13 **½
- F.C. de Kampioenen 69 *
- Pin-up Integraal Cyclus 2 ***
- Urbanus 79 **

vrijdag 7 oktober 2011

De film van ome Willem: alleen tegen de wereld, The Hurt Locker

Overgelauwerd, maar daarom niet minder goed. Kathryn Bigelow, zo'n vrouw geef je na Strange days en Point Break toch extra krediet. Bovendien krijgt zij meer erkentelijkheid dan ex-manlief Cameron.
Knappe beelden, goeie muziek, desolaat en desperaat, met de innerlijke uitdaging om grenzen te verleggen als extra troef. En natuurlijk moet je daar een prijs voor betalen. The Hurt Locker is een explosieve mix, vol oplaaiend geweld met evenzeer intrensieke conflicten. Een semtex-film die je niet meteen loslaat.
The Hurt Locker. Kathryn Bigelow. 2008. ***½

Gezwendel

Een voorwendsel van uitgeverij Dupuis om toch iets 'nieuws' van Robbedoes in de winkelrekken te plaatsen. Wie heeft echter baat bij deze ongecoördineerde heruitgaves? Wat hebben de drie dubbelalbums immers met elkaar te maken? Verschillen in teken- en verhaalstijl, allen een product van een bepaalde tijdsgeest. De uitgever doet geen enkele moeite om het verhaal te kaderen in de historische context van de reeks. Of je dus hiermee jonge of nieuwe lezers warm kan maken voor de avonturen van Robbedoes en Kwabbernoot, je vreest ervoor. Niet alleen slechte marketing, het basisprincipe houdt an sich al geen steek! Hoe geroemd Franquin ook is voor het tweeluik Z van Zwendel en De schaduw van Z, vergeleken met andere historische klassiekers van diens hand mist de strip de dynamiek van voorheen. Alles is strakker geworden, lineairder. Ook Robbedoes en Kwabbernoot (strook 6A, kaders 1 & 3) verplaatsen zich veelal stokstijf voort. Slechts sporadisch blinkt de artiest uit en toont zijn grootse kunnen (3A, kader 4, het perspectief vanachter Kwabbernoots rug. Al hou je rekening met de mechanische afstandsbediening zelfs zonder bewegen de slachtoffers als houten poppen. Bovendien is de komst van Zwendel maar een scheet in een fles vluchtig vervliegt. Enkel de kaalgeschoren Kwabbernoot is echt verrassend. Voor de rest is Z van Zwendel een weinig-om-het-lijf-verhaal. In dit deel wordt trouwens de Zwendeltaal niet ondersteund met begeleidende asterix (met onderaan de vernederlandsing) terwijl dat in het vervolg wél gebeurt. Hoe goedgelovig kan je zijn? Met Zwendel die weer onvervaard zijn gang blijft gaan ondanks de eerder gemaakte beloftes. Net als in het voorgaande deel recycleert Franquin Zwendels oermenselijke slechtheid en sleurt de auteur er ook nog eens een andere oudgediende bij. Ook hier langdradig met weinig panache. Duidelijk een tijdsgebonden (eind '50, begin '60) product, geen tijdloos!
- Airborne 44 Integraal 1 ***
- Robbedoes en Kwabbernoot 15 **½
- Robbedoes en Kwabbernoot 16 **½
- Robbedoes en Kwabbernoot Dubbelalbum 1 **½

donderdag 6 oktober 2011

De film van ome Willem: slaap uit je roes met Boes

Misschien geen fan van het eerste, maar dan wel eentje van het tweede uur. De meeste grappen en grollen van Boes hebben me steeds weten te bekoren. De simplistische absurditeit in een mooi verpakt jasje droeg steeds de sympathie weg. Door diens eenvoud is Boes trouwens een ideale bron om uit te putten en er tekenfilmpjes van te maken. Eigenlijk kan er in het geval van Boes met het omzetten naar bewegend beeld niets misgaan. De mini-animatie die Wilms en Raymakers op papier verzorgen leent zich uitstekend om in vloeiende lijnen aan te vullen. Meer moet dat niet zijn.
Degenen die de licentie kochten hebben het echter om zeep geholpen. Boes transformeert van gagstrip van telkens één strookje naar animatiekortverhaaltjes van om en bij de vijftien minuten. Vijftien minuten! Alle vaart waarmee de auteurs over het wateroppervlak zoeven, wordt tenietgedaan door het slome ritme. De transcriptie is zo schabouwelijk dat in plaats van vier keer te schateren met één bladzijde, je nu amper gniffelt. Zeg het daarom voort: "Tekenfilms van Boes? Die bestaan vooralsnog niet."
Doodzwijgen, die handel. Van een rommelmarktmiskoop gesproken (1)!
De avonturen van Boes en zijn vrienden: Wat een bos! Hiroshi Sasagawa. 1988. ½

Een blauwtje lopen

Terwijl Blutch en Chesterfield inspanningen moeten leveren om de soldaten te vermaken, leven Cauvin en Lambil zich ook in de rol in van entertainers. Met één groot verschil: zij zijn al volleerd en weten hoe op een klassieke manier de strip te vullen. Getemperde humor in oorlogstijd, het kan.

- Blauwbloezen 28 ***
- Jommeke 9 ***
- Loïc Francoeur 2 **½
- Pin-up 6 ***

woensdag 5 oktober 2011

De film van ome Willem: en toch niet eerder gezien, deja vu

Heerlijk toch wanneer je de introductiefilmpjes of trailers op voorhand niet bekijkt, noch leest waarover de prent die je wil zien, gaat.
Déjà vu trok al geruime tijd de aandacht, steeds links laten liggen. Denzel Washington, mmm. Tony Scott, mmmm. Jerry Bruckheimer en Val Kilmer, bwah, die neem je d'rbij.
Een actiethriller, zo kan je over het algemeen Scotts prenten beschrijven, ook hier weinig anders. Behalve de sf-achtige insteek. What if you could change the past strookt niet met de gedachte dat je iets herbeleeft wat zich voorheen al een keer voordeed. Met een onverwachtse kentering verrast Tony Scott zijn publiek. Lichtjes afdwalen van het veilige pad. En het houdt dan nog steek ook. Top, toch?
Een echt rommelmarktkoopje (1).
Deja vu. Tony Scott. 2006. ***½

Niet prat op Pratt

Als dit jouw introductie wordt tot de wereld van Corto Maltese kan dit wel eens een aversie opleveren. Pratt dramt door en weet amper sympathie op te wekken voor al de ettertjes die er rondlopen, Corto voorop. De piraat/vrijbuiter is vaak goedgelovig en laat zich voortdurend in de luren leggen. Een antiheld zoals je ze niet vaak tegenkomt. En dan is er natuurlijk ook Corto's alter ego Raspoetin, een egoïst van de ergste soort, steeds bereid zijn medemens een hak te zetten. Al was het ongetwijfeld behoorlijk ongewoon, zo bij de eerste verschijning. De wijze waarop de antiheld leeft en reageert, net als de manier waarop personages afgeknald worden. En dat in een politieke context die eerder de afspiegeling is van een ver-van-mijn-bed-show. Structuur hoef je niet echt te zoeken, coherentie evenmin. Bovendien voeden tal van onwaarschijnlijkheden de realistische plot. Vaak heb je de indruk dat het slechts een droom betreft of beschouw je het geheel als een schaakbord waarop Pratt de pionnen naar goeddunken verplaatst. Met op het eind de kunstgreep die ervoor zorgt dat de auteur de overwinning binnenhaalt. Het mooiste moment bevindt zich op plaat 147, kader 6. Daar waar geen enkele kleurvlek werd toegevoegd. Pratts natuurlijke grafiek in al zijn naaktheid weergegeven.
- Corto Maltese Kleur 2 **½
- Corto Maltese Redux - Kleur 2 **½
- Corto Maltese Zwartwit 2 **½
- Haas 2 - A5-formaat ***
- Urbanus 87 **

dinsdag 4 oktober 2011

De film van ome Willem: een strijdvaardige An Empress and the Warriors

Siu-Tung Ching mag dan zijn voetsporen verdiend hebben als filmende choreograaf van de actiescènes in Hero en Curse of the Golden Flower, nu hij het alleen moet rooien, gaat de cineast ten onder.
Wat maakt die andere roemrijke voornoemde films zo compleet? Is die bijdrage van Yimou Zhang dan zo essentieel? Ongetwijfeld.
Allereerst is het flutverhaaltje rondom de keizersdochter niet krachtig genoeg. De clichés van het drama en de romantiek overstijgen de gekende vooroordelen niet. Ten tweede heb je de haaks geprogrammeerde muziek die banaal de beelden doet wegzinken. En ten derde schort er ook behoorlijk wat aan de actiescènes zelf, de dragers van zo'n film. Je merkt dat er vanalles te weinig in zit, of vooral ongecoördineerd. Alsof het budget te krap was om het script verder te polijsten, de acteurs bij te sturen en de choreografie verder af te stemmen. Zwak op het vervelende af.
Een rommelmarktmiskoopje (1).
An Empress and the Warriors. Siu-Tung Ching. 2008. *½

Na regen komt... Juillard

Terwijl Juillard zoveel grafische kwaliteiten in zijn mars heeft, pakt Casterman uit met een teleurstellende voorkaft om het tweeluik te bundelen. Niet alleen mist ze kleur, ook de aantrekkingskracht ontbreekt in dit blauwvlakke uithangbord. Natuurlijk schiet Juillard met Het dagboek meteen in de roos. Nadat Juillard zijn sporen verdiende met historische stripklassiekers waagde hij zich twee keer aan eigen verhalen. Gek genoeg heeft hij sindsdien het kwaliteitsniveau van deze twee -eerder door middelmatige scenaristen- niet meer geëvenaard. Vooral Het dagboek is daarbij een mooi, intimistisch, krachtig verbeeld verhaal. De sterkte zit 'm vooral in de dingen die niet gezegd worden. De constructie suggereert immers herhaalde hetlezingen om alle puntjes netjes op de i te kunnen zetten. Verfijnde melancholie, zo kan je Het dagboek het best omschrijven. En hoewel Juillards tekeneningen koel en afstandelijk zijn, de elegante esthetiek en vooral de warme kleuren zuigen je mee in de pathos. In tegenstelling tot Juillards latere kaskrakers is Het dagboek niet enkel een mooi prentjesboek, inhoudelijk beklijft de schrijver en zuigt je mee in het liefdesrelaas van Louise. Zeer mooi. De twee direct erna toegevoegde pagina's zijn schitterend, echter ze ontwrichten de lezer. Casterman had best een pauze ingelast om deze extra's beter te kunnen kaderen. Nu leest het als het definitieve eind. Na de regen is visueel weliswaar nog mooier, toch heeft het niet dezelfde kracht als diens voorganger. Na de regen is immers slechts een 'gewoon' misdaadverhaal met iets te veel hiaten (de uitdieping van de verschillende relaties, het zeer kortstondig weerzien na de langdurige zoektocht) om eenzelfde voldoening te bieden als bij Het dagboek. Op de achterflap is onbegrijpelijk sprake van twee delen uit een trilogie. Nochtans heeft Juillard hier vooralsnog geen derde deel aan toegevoegd. Het schutblad vooraan is levensecht fantastisch.
- Dagboek ****
- Dagboek - Na de regen ***½
- Showman Killer 1 **½
- Urbanus 84 *½

maandag 3 oktober 2011

De film van ome Willem: voor eikels met weinig punch, Sucker Punch

Zelfs al hou je van esthetiek en kan hetgeen Zack Snyder in deze Sucker Punch verbeeldt je wel bekoren, dan nog is de balans uiterst negatief. Achter de maskerade van psychologisch getormenteerd drama zit slechts hol entertainment zonder echt grootse leidraad. Visionair overweldigend volgens bombastische principes. Overdaad schaadt. Zeker hier. Popcornpulp.
Sucker Punch. Zack Snyder. 2011. *

In de Stratussfeer

Guy Counhaye, ondergewaardeerd artiest, blaast de fantastische avonturenromans van Jules Verne nieuw leven in. Het gevecht tussen de mens en de aardse oerkrachten (de yeti, het zeemonster en de gevaarlijkste van allemaal, de mens zelf) vormt Counhayes voedingsbodem. De ene keer Moby Dick, de andere keer op ongewilde schattenjacht à la Allan Quatermain. Pretentieloos en door de bondigheid van de kortverhalen, Het graf in de sneeuw beslaat 13 bladzijden, De Nacht van de Geweldenaar 11 en De brief van Stephen Hill 19. Counhaye trakteert je op het degelijke en wonderbaarlijke avontuur met een grote A. Trouwens Stephen Hill zou kunnen verwijzen naar die andere fantast: Stephen King (Joe Hill is Kings schrijvende zoon). Uitstekende aanvullende sfeerkleuren.
- Professor Stratus 1 ****
- Pin-up 5 ***
- Rode Ridder 128 *
- Rode Ridder 156 **

zondag 2 oktober 2011

De film van ome Wllem: een droom in de Ladies Room

Met Greta Scacchi en John Malkovich heb je al stevige funderingen die een film kunnen onderbouwen. Meer dan een commercieel uithangbord zijn ze niet. De vertelling van twee verdwaalde schapen (oa een pre-Deadwood Molly Parker) die zich hebben laten overmeesteren door manipulerende gigolowolven is zo theatraal dat het inlevingsvermogen ver-der reikt dan de afzijdige bed-show. En zelfs al spuwen de dames heel wat levenswijsheden, wat zeg je, levenswaarheden, de verpakking is zo banaal dat de vorm het geheel lachwekkend ondermijnt. Malko maakt zich ronduit belachelijk terwijl de anderen als etalagepoppen hun ongenoegen uiten. Regisseuse Gabriella Cristiani heeft geen kaas gegeten van het cinematografische potentieel. Meer dan een toneelstuk opvoeren, doet ze niet. Ladies room: flush it or put it down the drain!
Een rommelmarktmiskoopje (1).
Ladies room. Gabriella Cristiani. 2000. **

Een Zwitserse Dokter

Met een bijzondere openingsscène waarbij vooral de frisse kleuren en de minder drukke decors enorm genietbaar zijn, weg van al de dagdagelijkse konvooi(lijntjes)overrompeling. Met de nadruk op slapstick (Buster Keaton, Harold Lloyd), eerder verwijzend naar degene die gek genoeg niet vermeld wordt bij de opdracht voorin: Tex Avery. Even opvallend is de verontschuldiging van Morvan voor de haperingen in het verhaal. Met zo'n mae culpa ben je extra op de hoede. En inderdaad bevestigt de auteur diens inzinking. Soms pruttelt de creatieve motor en is er een gebrek aan originele energie. Heb jij nog energie? is leuk, maar mist toch de grootse ziel van een 'gewone' Konvooi, zelfs al wordt er hierin een kunstmatige traan geplengd.
- Arcadia Archief Luxe 16 ***
- Dokter Zwitser 2 ***
- Konvooi - De jeugdjaren van Nävis 4 ***
- The New Avengers - Sentry **½

zaterdag 1 oktober 2011

De film van ome Willem: uitgepuzzeld, The Jigsaw Man

In het Orwelliaanse verschijningsjaar 1984 keek de Russische Big Brother over de schouder James Bond-coryfee Terence Young die hiermee een spionagethriller aflevert in de naweeën van de Koude Oorlog.
Stel je voor: Michael Caine én Laurence Olivier een goeie twaalf jaar na Sleuth terug hereningd. Gerehabiliteerd komt Caines carrière weer uit het slop, maar met deze The Jigsaw Man riskeert hij terug te verzuipen! Gedateerd tot op het prehistorische bot met lachwekkende scènes die culmineren in de passages waarin Laurence Olivier absoluut een valse ringbaard draagt. Misschien lag "Filming shut down when the production ran out of money. Enough money was eventually raised to finish the film, but on a reduced scale aan de basis ervan, het fake druipt van de pellicule.
Een rommelmarktmiskoopje (1).
The Jigsaw Man. Terence Young. 1984. *½

Roel schiet op doel

Sport beweeglijk in beeld brengen en er ook in slagen, het lukt Keith Watson. Zonder al te veel poeha omzeilt scenarist Bubenik de gevaren van uitvoerige beschrijvingen en laat hij de spelers in flitsen op de bal los. Net als bij een samenvatting krijg je de interessantste beelden te zien, qua voetbal zit het snor. Ook het avontuurlijke buiten de voetbalarena levert een spannende thriller op, al kijk je toch verbaasd op naar Roels onhandige behendigheid om zich steeds weer in de nesten te werken. Naar het einde toch wordt het iets te ongeloofwaardig. Het meest in het oogspringend is de lineaire dynamiek van Watson. Vloeiend schildert hij de sportieve sensatie met penseelstreken op papier.
- Cristal 1 **½
- Cristal 2 **½
- Kobra 1 **
- Roel Dijkstra 18 ***