zondag 13 februari 2011

De fillem van Ome Willem: gehaaide Swimming with sharks ofte The Buddy Factor

In het kielzog van House of Games is Swimming with sharks (op de generiek staat The Buddy Factor) een even listige film over psychologische onderdrukking en de bevrijding van angsten en lusten, alsof het beest in je wakkergeschud moet worden. Met een even frappant einde, een climax waar je ziekelijk kippenvel van krijgt.
Ook hier draait alles rond karakterspel, sterke dialogen gedragen door uitmuntende acteurs. Met de vuilbekkende en gehate haatdragende Kevin Spacey op kop, broekventje Frank Whaley kan enkel ondergaan. Het supersexy personage van Michelle Forbes is om op te eten, maar laat uiteindelijk een wrange nasmaak na. Theatraal kijk je naar een zimmer spiel, film herleid tot de essentie. Een goedgeschminkte jonge Benicio del Toro maakt zijn opwachting.
Hoe je als mens al je waarden kan verliezen. Wanneer je tussen de haaien zwemt, is het eten of gegeten worden!
Swimming with sharks - The Buddy Factor. George Huang. 1994. ***

zaterdag 12 februari 2011

Een opstandige Willy Vandersteen: de Geuzen

De Geuzen is best wel een interessante reeks omdat je op een relatief korte periode een opvallende stijlevolutie meemaakt in Willy Vandersteens laatste krachttoer. In de beginfase leunt de Geuzen visueel sterk aan bij het koldereske en glooiende van een Suske en Wiske-album, om naar het einde toe het strakkere, rechtlijnige van Tijl Uilenspiegel over te nemen. Wat De Geuzen net zo uniek en specifiek maakt is de zweem van Breughel die er voortdurend in rondwaart. Explicieter dan op de platen één en drie uit De wildeman van Gaasbeek kan welhaast niet, met exacte kopies van authentieke Breugheliaanse taferelen. Combineer dat met Vandersteens eerder Rubensiaanse anatomie en je kan de grootmeester duidelijk klasseren als de striperfgenaam van deze artistieke grootheden. Om meteen Vandersteens volledige oeuvre daaraan te koppelen is natuurlijk gevaarlijk, diens onevenwicht in productie en vooral in assistentenkeuze zorgde vaak voor immense stijlbreuken. In deze reeks merk je dat de hand van de Meester gehandhaafd blijft met de robuuste lijven die elkaar te lijf gaan. Legenden verstrengeld met historie, het is een leuke combinatie die in deze serie onderhoudende resultaten oplevert. Het doorbreken van het klassieke stramien van vier vaste stroken op een blad (om voorpublicaties te vergemakkelijken) biedt meer ruimtelijke mogelijkheden, iets wat de Geuzen ten goede komt.
- Geuzen 1: De zeven jagers
- Geuzen 2: De ekster op de galg (reeds besproken op 05/02/11)
- Geuzen 3: Flodderbes, de heks (reeds besproken op 23/02/10)
- Geuzen 4: De rattenvanger
- Geuzen 5: Soetkin, de waanzinnige
- Geuzen 6: Onheil boven Damme
- Geuzen 7: Soetkin, de waanzinnige
- Geuzen 8: Verraad in Duindijke
- Geuzen 9: De nacht van de satanszoon
- Geuzen 10: De wildeman van Gaasbeek
- Geuzen 1 luxe: de zeven jagers
- Geuzen 2 luxe: de ekster op de galg (reeds besproken op 05/02/11)
- Geuzen 3 luxe: flodderbes, de heks (reeds besproken op 23/02/10)
- Geuzen 4 luxe: de rattenvanger
- Geuzen 5 luxe: Soetkin, de waanzinnige

De fillem van Ome Willem: met David Mamet uitheems via House of Games

Als een mooi opeengestapeld kaartspel staat het leven van psychiatrice Margaret Ford gereed om in elkaar te stuiken. Het kraaknette, saaie, overvolle leven mist passie en opwinding tot een gelukkige uitlaapklep haar pad kruist in de vorm van Mike, een conman, eentje die van alle walletjes letterlijk pikt. Margarets kleptomane neigingen komen boven drijven, de dame raakt volledig in de ban van de zwendel. Ze wil er zelfs deel van uitmaken.
Berustende, getemporiseerde films waar een sfeervolle dreiging vanuit gaat zonder het bombastische knal-boem-pats, ze bestaan, voornamelijk in het brein van theatraal verteller David Mamet. Wars van sterke en verrassende plotontwikkelingen met op maat geschreven dialogen voor de androgyne Lindsay Crouse (door diens klederdracht nogal gedateerd) en vooral de ijzersterke, immer stijlvolle Joe Mantegna, krijg je een sterk staaltje psychologisch drama, te vergelijken met Matchstick Men, alleen hierin een fatalere afloop.
Theatraal en beklijvend.
House of Games. David Mamet. 1987. ***½

vrijdag 11 februari 2011

Opiumhandel in Kuifje: Tschangté

Casterman is onvoorstelbaar wat betreft de commerciële exploitatie van diens patrimonium, met natuurlijk Kuifje op kop. Zo bestaat De Blauwe Lotus in verschillende formaten op de markt. Is het sop de kool niet waard? Toch wel. Net door die veranderende uitvoeringen valt er op elk van hen wel iets aan te merken. De besprekingen onderling variëren dan ook! Wat je zeker moet onthouden: dit is ongetwijfeld één van de hoogtepunten uit de geschiedenis van de stripliteratuur. Verschenen in 1936 bewijst Hergé over een immense maturiteit te beschikken wat betreft artisticiteit en verhalend vermogen. Het strakke ritme van drie stroken per blad werd hierin geperfectioneerd met vloeiende passages als resultaat. D'r zit zo veel schwung in de plot en de ondersteunende tekeningen, met een geloofwaardigheid die je zelfs zovele jaren na datum meezuigt in dat fascinerende opiumverhaal. De opstap die de kunstenaar maakt na De sigaren van de Farao is verbijsterend, met een accurate precisie zo'n dynamiek weergevend. Bovendien hebben alle figuren nu een vaste vorm, zelfs Kuifje heeft er nooit zo mooi uitgezien. Straffer nog, in de latere versie is hij groter, uitgerokken, waardoor een deel van zijn flexibiliteit verdwijnt. Nog zo'n sterktehouder is het gebruik van grijstinten. Met mooie rasters brengt Hergé enorm veel sfeer aan in het geheel. De Blauwe Lotus, een ongeziene krachttoer. Best in deze versie te ontdekken, groot of klein! Grappig, de verwijzing naar Erps-Kwerps in dit album (pagina 67).
- Kuifje zwart/wit-facsimilés - A5 formaat 5: De Blauwe Lotus
- Kuifje zwart/wit-facsimilés 5: De Blauwe Lotus
- Kuifje kleurenfacsimilés 5: De Blauwe Lotus
- Kuifje 5 HC
- Kuifje 5 SC
- Kuifje - A5 formaat 5
- Piet Pienter en Bert Bibber - 't Mannekesblad 46: Het vredeswapen
- Piet Pienter en Bert Bibber - 't Mannekesblad 47: Het gestolen vredeswapen
- Piet Pienter en Bert Bibber - Standaard 46: Het vredeswapen
- Piet Pienter en Bert Bibber - Standaard 47: Het gestolen vredeswapen
- Rode Ridder 17 Herdruk: De zeekoning

Wat zijn ze flexibel: The Expendables

Volledig over de top met actiegerichte sequenties blaast Stallone met veel bombardie letterlijk het genre op. Geen dirty dozen of het groeperen van een hechte bende vechtersbazen, wel net de confrontatie tussen stoere rakkers onderling. Bruce Willis is het intelligentst en speelt enkel de intermediair die niet over daken hoeft te springen om zichzelf te bewijzen. In een Tarantino-achtige rol (Mister Church) is hij de opdrachtgever. Jason Statham is de lijdende held die gebukt gaat onder liefdesverdriet. De stoere bink begrijpt haar onbegrip niet en kan zich nadien toch uitleven via een robbertje in elkaar slaan. Ook Stallone hervindt bepaalde menselijke waarden wanneer Mickey Rourke in huilen uitbarst over het verliezen van diens geweten. Had hij het maar eerder geweten!
Dé topscènes bevinden zich respectievelijk vanaf minuut 20 en 50 van de lange speelfilm. De eerste wanneer Arnold Schwarzenegger opduikt en zijn mercantiele geest opzijzet om zich op andere zaken te concentreren, het verbale gevecht tussen Sly en Arnie is een ware liefdesverklaring. Tijdens de tweede is het ster Jet Li die zich tekort voelt gedaan door zijn opdrachtgevers (teamgenoten). Zo'n ukkie zou immers dubbel zo veel moeten verdienen omdat hij dubbel zo hard moet werken. De film had méér van deze fun moeten bevatten.
De ster (naast Arnold) is echter Eric Roberts die dankbaar gebruikmaakt van het de slechterik-cliché. Ultrawreed en meedogenloos hangt hij de bastaard uit. Zwartwitter kan niet.
Het grote minpunt van de film is het extreme geweld dat gehanteerd wordt.
The Expendables. Silvester Stallone. 2010. ***.

donderdag 10 februari 2011

Stripkrant

Ik weet niet meer waar precies, maar op een of ander Nederlands festival werd me vorig jaar een stripblad in handen gestopt, een gratis krant die van de pers rolde in een oplage van tienduizend stuks. Initiatiefnemer Alex van Koten, BNS-lid (*), wou hiermee een breed publiek laten kennismaken met Nederlands striptalent. Onbekende en gevestigde namen vulden elkaar aan in de veertig pagina's dikke uitgave.
Op zich is het bijzonder makkelijk om kritiek te geven op de soms amateuristische bijdrages van minder bekende goden. Edoch wordt dat ruimschoots gecompenseerd door de aangevulde kwaliteit. De gratis Stripkrant biedt immers een brede waaier aan talenten, voornamelijk gespecialiseerd in de gagstrip, kort en komisch om je dag even te verblijden. En al is de balans tussen bekend en minder- of zelfs onbekend onevenwichtig (waar zitten Kolk, van den Boogaard, Kuijpers, Oosterveer, de Heij en andere coryfeeën), spreekwoordelijk krijg je waar voor je geld. Iets kosten deed het immers niet.
Evenzeer kan je je beklagen over de bescheiden druk, 'slechts' tienduizend exemplaren op een potentiële markt van om en bij de 16 miljoen inwoners (Vlamingen niet inbegrepen). Een druppel op een hete plaat, toch zeker wanneer je deze uitstrooit via stripmanifestaties, dat zijn specifieke trekpleisters waar sowieso liefhebbers en kenners rondhangen.
Of wat dacht je van het formaat? Niet het tabloid waar de gevestigde uitgeverijen nu naar grijpen om papier te besparen en klantvriendelijker in de hand te liggen. Met echt 'gazette'-papier dat afgeeft op de vingers.
Allemaal belachelijke redenen om een uitstekende promotiecampagne ongeoorloofd te kelderen. Het siert de BNS-vereniging immers dat ze de draagkracht van diens leden uitstraalt met een instrument waarin de ledende artiesten het best tot hun recht komen: via een magazine, in dit geval een krant. Zonder al te veel poeha en persoonsverheerlijking (enkel links naar de websites van de gepubliceerde auteurs en een begeleidende intro), zonder godenverering en zonder klassenonderscheid. De afwezigen hebben duidelijk ongelijk.
Vlaanderen heeft ook dringend nood aan zo'n bewonderenswaardig initiatief. Terwijl de overheid geld wegsmijt via het Vlaams Fonds der Letteren en artiesten ondersteunt met gezelschapsbeurzen, zich door uitgevers laat uitmelken als marktcorrigerende koe of op internationale festivals artificieel in stand wil houden dat 'wij' toch zo'n hoogstaande stripcultuur hebben, zou er beter werk gemaakt worden van een magazine dat gratis verspreid wordt via de geschreven perskanalen (De Standaard, De Morgen als de 'intellectuele' pijlers; Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad voor de populistische inslag) waarbij het VFL hiermee een breed publiek wil laten kennismaken met Vlaams striptalent. Leer mensen strips lezen in plaats van elitair te wezen. Misschien geraken we dan ooit van het Vlaamse verkleuteringsstigma af!

(*) BNS = Beroepsvereniging van Nederlandse Stripmakers

woensdag 9 februari 2011

Corruptie in Egypte: Milan Hulsings Stad van klei

Milan Hulsings Stad van klei afkraken omdat het een gedeeltelijke kopie is van een ander werk, zou oneerbiedig zijn. Wat Hulsing presteert op een bescheiden Nederlandstalige markt is gewaagd en toont een zeker internationaal potentieel. Dat de strip verschijnt in een tijd dat Egypte een revolutionaire brandhaard is geworden met heel wat aanklachten tegen de op post zijnde regering en de daarbij gepaard gaande corruptie, is commercieel mooi meegenomen. Nochtans zou de strip eender waar kunnen afspelen in de wereld, op plekken waar het egoïsme en de hebzucht van de mens -dat inherent aanwezig is- de kop opsteekt. In Rusland bijvoorbeeld! Waarom daar? Het lijkt onwaarschijnlijk dat Hulsing niet onder de indruk is van Rabaté's Ibicus. Stilistisch leunt Hulsing zeer dicht aan bij de grafiek van voornoemde artiest en gek genoeg dobbert het verhaal ook inhoudelijk in eenzelfde poel des verderfs. De op- en ondergang van een opportunist, een grabbelaar, die zich verrijkt op de rug van anderen. Voor een leek is Stad van klei begrijpelijk een openbaring, met Hulsings vormelijke invulling als knap waagstuk. Leg je het echter naast dat grote meesterwerk van Rabaté, dan merk je het verschil. De waanzin die niet volledig tot uiting komt (al weet hij dat goed te scheiden via twee kleurpaletten), het soms haastig inconsequent anatomische dat in de klei blijft kleven. Desalniettemin zeker het lezen waard!
- Detective Conan 12
- Drain 1
- Drain 2
- F.C. de Kampioenen 66
- Namibia 2
- Rode Ridder 18 Herdruk: de Witte Tempel
- Stad van klei

dinsdag 8 februari 2011

De weggelaten grafrede

Meestal is het overzicht van voorgaande publicaties op de achterkaft van een boek vaak droog en saai, Boucq maakt er een vloeiend geheel van door de titels te incorporeren op de zerk.
Mijn optiek was, maak daar een actieve, leutige grafrede van en zo blijf je in de ludieke sfeer. Deze werd jammer genoeg niet geplaatst (vergetelheid?, opmaaktechnische complicaties?). Voor de liefhebber toch de vervollediging. Print af, knip uit en plak deze alsnog achterop het vierde album De ondraaglijke lichtheid van een doods bestaan:

voor wie het wil weten,
dit is mijn (graf)rede:
voor elkeen een must,
moordende levenslust.
voor wie mij zou verraden
toon ik geen genade.
en eeuwig internet alom
via www.de-dood.com

maandag 7 februari 2011

Hermann -Jeremiah- Huppen

Sinds jaar en dag viste stripbeursorganisator Nijdrop steeds langs het net om superartiest Hermann op hun jaarlijks festijn te verwelkomen. Voor 2011 hapte hij eindelijk toe en rees de vraag of diens immense ego wel paste in het kleine kader van grootstad Opwijk? Hermann wordt in de wandelgangen immers geklasseerd als zijnde niet al te aimabel met een weerbarstig karakter, afhankelijk van met welke voet hij die morgen uit bed opstond. Een vooroordeel dat de artiest trouwens gretig in stand houdt tijdens diens publieke optredens. Beschouw het als een veiligheidscorridor om te vermijden dat iedereen die zijn pad kruist zich meteen opwerpt als potentiële facebookvriend.
Door de praktische plichtplegingen van het opruimen kon de organisatie zelf niet mee op restaurant om Hermann te belonen voor zijn charmante en professionele aanwezigheid (1). Ondergetekende werd hiermee dan ook 'opgezadeld'. Er zijn minder aangename manieren om je zondagavond af te sluiten, al kende ik deze pappenheimer.
Is de ruwe bolster een zachtgekookt ei geworden? Had hij die morgen toch de juiste vloerbeweging uitgevoerd? Of heeft de grumpy old man (ondertussen 72 jaar) zijn Walter Matthau-identiteit afgeworpen en vereenzelvigt hij zich nu meer met Jack Lemmon? Als een doorwinterde poolvaarder doorbrak hij constant het ijs en vertelde heel openhartig niet enkel over zijn métier, ook het persoonlijke aspect kwam uitgebreid aan bod.
Voor publicatie vatbaar is het wie-heeft-je-zoal-in-de-zak-gezet-onderwerp. Naast op de Franse markt opererende initiatiefnemers was het vooral het hilarische dichtbij-huis-verhaal rond een Kortrijkse uitgever die ooit inventief voorkaftprentjes van luxes recycleerde (vooral Schemerwoude-afbeeldingen) als ex-librissen ondertekend met 'authentieke' valse Hermanns. Heb je d'r daarvan thuisliggen, je bent gewaarschuwd. Bovendien had de goede man dé deal van de eeuw: een luxe-editie op formaat van de originele tekeningen in beperkte oplage (zoveel als er pagina's zijn) met telkens zo'n uniek origineel bij. Kan best interessant zijn als de uitgever tenminste niet 50% van de verkoop opeist van het origineel. Plastisch beschreef Hermann waar deze initiatiefnemer zijn idee mocht stoppen.
Steeds met humor en vaak raak gaf hij zijn visie op de stripmarkt: het circus Angoulême waar prijzen uitgedeeld worden op basis van de ons-kent-ons-mentaliteit; de ernst waarmee jonge artiesten zich toch o z'au sérieux nemen, in plaats van hun werk vakkundig te benaderen, zo kenmerkend alsof de voor Hermann onbekende naam Brecht Evens zwevend in de lucht hing; het artistieke genie Giraud en diens bloedzuigende echtgenote. Of haalde hij anekdotes boven over zijn buitenverblijf in het zuiden van Frankrijk. Wat dacht je van de onverzekerde, loslopende koe die tijdens Hermanns afwezigheid in diens zwembad terechtkwam en daardoor het gesofisticeerde afdekkingssysteem naar de knoppen hielp (2)?
Als een echte entertainer trok hij het laken naar zich toe, ofwel zijn gal spuwend, ofwel gezapig mededelend. Verrast was je dan ook wanneer hij zo'n intieme tip van de sluier oplichtte, heel openhartig sprekend over liefde en dood. Wie weet gaan we ooit nog een zogezegde 'grafische roman' van hem mogen lezen.
Dan ken ik er toch al enkele details uit!

(1) Hermann had opgelegd dat er veertig tickets uitgedeeld mochten worden die hij in twee uur zou afwerken, iets wat hij met volle overgave deed. Zelfs met een extra marge van 5% op het einde was dat zeer professioneel en zonder capsones uitgevoerd, zonder machinaal over te komen.
(2) De koe overleefde, edoch heeft nooit de aangerichte schade vergoed.

zondag 6 februari 2011

Stripbeurs Nijdrop 2011

In lang vervlogen tijden was Nijdrop het historisch epicentrum qua stripgebeuren in Vlaanderen. Toen de dieren nog spraken en er in het kleinste boerengat nog geen parochiezaal gevuld werd met standjes allerhande om de aanwezigheid van overal weerkerende auteurs te maskeren. Toen draaide het jeugdhuis nog op volle toeren en werden heel wat artistieke corryfeeën verwelkomd op die jaarlijkse beurs voor verzamelaars. De concurrentie verscheen echter, het publiek veranderde, de beurs verloor heel wat van diens grandeur.
Nu het Jeugdhuis eindelijk een nieuwe vaste stek heeft (Kloosterstraat 9), wordt de draad terug iets bescheidener opgepikt en spitst de organisatie zich toe op het gewone publiek uit de omgeving. Niets hoogdravends, niet meer langs de schoenen lopend, gewoon een jaarlijkse uitwisseling van liefhebbers jong en oud met even jong en oude strips.
Het is dan wel wringen en duwen in de kleine volgepropte zaal, het nauwkeurig uitgekiende traject brengt je volgens een labyrintmotief tot de uiteindelijke plek van gebeuren: de signerende auteurs. Qua gezelligheid kan het alvast tellen, alsof je de welriekende dreef passeert.
Leuk is de vaststelling van de piekmomenten. Nog voor de opening heb je de op de loer liggende handelaren die elke bak uitpluizen om potentieel interessante strips op te kopen die ze tien minuten later zelf op hun kraam uitstallen aan het veelvoud van de oorspronkelijke prijs. Als mollen zijn het echte, professionele woekeraars. Heerlijk is het wanneer je hen wegwimpelt met de mededeling dat de beurs pas opengaat om 10 uur, iedereen gelijk voor de wet, het moment dat ze zelf moeten postvatten achter hun stand. Misnoegd vanwege de gederfde omzet druipen ze af.
Dan heb je bij het opengaan van de deuren de fanatieke verzamelaars die doelgericht afstevenen op de auteursstand om vooraan te kunnen postvatten. Met het symbolische kampeergerei eisen ze hun plek op, wachtend op de signerende auteurs die vele uren later binnenvallen.
Tussen twaalf en twee zit iedereen knus thuis aan tafel en heb je zelf ruimte om te eten/lezen/drinken/snuisteren om daarna een tweede lading te verwelkomen die relaxter kan omgaan met de signeerstress.
Het leukst zijn natuurlijk de families met kleintjes die ontdekken dat kindvriendelijke tekenaars voor hen bescheiden krabbels zetten in hun vers verworven boekjes. Dan is het pas echt fijn om op zo'n beurs te zijn.

zaterdag 5 februari 2011

Ella elle l'a

Charles werkt te vlug waardoor zijn personages ongewild komische proporties hebben (de figuren links van Ella, pagina 4, kader 3). De tijd toen de artiest nog de tijd nam om fijnzinnig te schilderen, is voorbij. Al oogt het op het eerste zicht mooi, het is en blijft een camouflage waar je vlug doorkijkt. Het scenariotechnische trucje om in het verleden te keren is hetzelfde als in de voorgaande episode, benieuwd hoe creatief de Charles dat in de tweede helft gaan invullen. Carin draagt de invloed van diens Lefranc-invulling duidelijk mee. Nog steeds even gedetailleerd, wel behoorlijk clean. Woestijnprinses is een tussendoortje.
- Ella Mahé 2
- Geuzen Luxe 2: de ekster op de galg
- Geuzen 2: de ekster op de galg
- Scribbly 11

vrijdag 4 februari 2011

Een politieke (stoelen)dans: Sarajevo Tango

In Hermann zie je niet bepaald een wereldverbeteraar. Wel een zwartgallige, cynische criticus die hier en daar een veeg uit de pan geeft, vaak eerder op subtiele wijze verwerkt in successtrips als Jeremiah. De wantoestanden in Sarajevo lagen hem echter zo zwaar op de maag, mede door de verwikkelingen waarin zijn commerciële agent en vriend Ervin Rustemagic belandde, dat Hermann toch zijn gal spuwt via een 'persoonlijke' Sarajevo-Tango. In plaats van een geënerveerde speech te houden voor de VN 'schrijft' hij een stripverhaal, het instrument dat Herman het best kent, om zijn kritiek te uiten. Volleerd in de avonturensector zou hij het genre kunnen gebruiken om de schrijnende realiteit weer te geven vol gruwel en geweld. Neen, Hermann acht het nodig tussen de spanningsboog satire te lassen. De blauwe helmen van de blauwhelmen hebben een -hoe kan het anders- blauwe condoomachtige vorm en verwijzen naar de Smurfen, toenmalig VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali is de leidende machtshebber die de kritieke situatie ontwijkt met sierlijke danspasjes. Door de ernst van de speurtocht, het verhaal ter plekke, en het schrille contrast met Hermanns spottende toon, stel je vast dat Hermann de bal misslaat en de aanklacht daardoor aan effect inboet. Jammer.
- Karaat 6
- Rode Ridder 51 Herdruk: Excalibur
- Sarajevo Tango HC
- Sarajevo Tango SC
- Steve - Verdoken liefde

donderdag 3 februari 2011

Hermanns Comanche

Met het oog op de visite van Hermann nu zondag op de beurs in Opwijk even gegrabbeld in de productieve stripton van deze toch wel getalenteerde artiest. Met een hele resem albums op zijn naam blijkt dat er een pak titels zijn die voorheen niet door de besprekingsmolen zijn gedraaid. Een inhaalbeweging dringt zich op! Het verwondert me dat de auteur voor deze Comanche-reeks telkens goed scoort (vaak een ***½) zonder echt uit te blinken. Dat komt deels door het groeiproces van de artiest, deels door de vaak belabberde inkleuring (nogal fel opdringerig of dan eens te donker), deels door de inconsistentie van het tekenwerk. Steeds ontbreekt dat tikkeltje om het geheel 'af' te maken.
- Comanche 1: Red Dust
- Comanche 2: Wanhoop en dood op de prairie
- Comanche 4: De hemel is rood boven Laramie
- Comanche 5: Nacht over de woestijn
- Comanche 7: Duivelsvinger
- Comanche 9: En de duivel brulde van vreugde
- Comanche 10: Het lijk van Algernon Brown

woensdag 2 februari 2011

Angoulême 2011 - Nazinderend (3): zelfcensuur 2

Tekenaars zijn over het algemeen ijdele mensen die in bescheiden vorm toch graag pochen met hetgeen ze in hun vrije of door de overheid gesponsorde tijd presteren. Via een schetsbundeltje, een mini-portfolio of een artbook, al dan niet zelf in elkaar gestoken, laten ze een tijdsgebonden spoor achter van hun bestaan. Ofwel verkopen ze dit dan ter plekke of delen het met trots uit om hun kunsten te etaleren bij de collega's en het toegestroomde publiek, natuurlijk in de hoop op erkenning en bewondering voor hun virtuositeit.
Het was me echter nog nooit voorgevallen dat een tekenaar moedwillig ondergetekende ontweek en me dus geen deelgenoot wou maken van diens nieuwste tierlantijnkunstjes en dat terwijl hij het eindresultaat gewillig rondstrooide met de ontwijkende woorden "want hij vindt dat toch weer niks." Deze confrontatie werd daardoor meteen geklasseerd als een nodeloos te vermijden parel voor dit zwijn. Een makkelijke manier om jezelf in te dekken tegen mogelijke kritiek, niet?
Hoe het ook zij, ondertussen is het toch door mijn handen gepasseerd en heb ik het alsnog door de besprekingsmolen gehaald. Jij wil nu natuurlijk weten dewelke het was!

dinsdag 1 februari 2011

Angoulême 2011 - Nazinderend (2): zelfcensuur

Onze koninklijke familie heeft een behoorlijk hoog komisch gehalte dat je makkelijk nationaal en internationaal kan uitbuiten. Albert is de lamme goedzak die met moeite de stommiteiten van diens kroost kan camoufleren, Filip is de gedoodverfde troonopvolger die met gemak diplomatieke stommiteiten uithaalt en Laurent is vaak het levende bewijs dat stommiteiten een bestaansrecht hebben, al heeft hij die reputatie al heel wat kunnen afzwakken. In ieder geval, in onze contreien zijn hun capriolen genoegzaam bekend.
Toch legt uitgever Glénat zich een zekere zelfcensuur op door de Franstalige editie van Albert & C° slechts binnen de landsgrenzen te houden. Alsof de Fransman er niet van houdt om met le petit/pauvre Belge te spotten en dat de Nederlander zich ineens respectvol gaat gedragen ten opzichte van ons koningshuis. Met zo'n karikaturale familie moet je toch wereldwijd scoren?
Onze missie voor Angoulême 2011 was dan ook bewijzen dat Glénat het niet bij het rechte eind heeft wat betreft de internationale distributie, een distributie die nu dus niet bestaat.
Eerste vaststelling. De Fransman uit het zuidelijke deel van Frankrijk heeft over het algemeen weinig benul wie Albert nu wel is. Laat staan wie die twee rare kwieten zijn die rond hem hangen. Of het wandelijke lijk dat door de paleisgangen dwaalt. Blijkbaar heeft het Britse vorstendom nog steeds meer égard dan ons royaal patrimonium.
Tweede vaststelling. België staat op de rand van een burgeroorlog. Politiek gezien staan die twee identiteiten zo uit elkaar dat consensus haast onmogelijk wordt, aldus de stemmen die weerklinken in het Angoulêmse halfrond. Een interessante perceptie.
Hieruit zou je kunnen afleiden dat Glénat gelijk heeft om de strip niet in Frankrijk te distribueren. Wanneer je de entourage niet kan plaatsen, heeft de lezer daar immers geen boodschap aan.
Fout. Want met een tweedaagse hardselling campagne werden op de stand van Het Vlaams Fonds der Letteren een goeie 120 exemplaren van de Albert & C°-strips verkocht. Dat komt deels door de stijl die Cambré hierin hanteert, eerder aanleunend bij l'école Franco-Belge dan bij de Vlaamse familiestrip, deels door de inhoud (humor beroert de Fransen nogal) met de herkenbare tricolore of tricolère.
Makkelijk is het dan ook, een uitgever die zich verstopt achter uitgekiende en wetenschappelijke smoesjes ('Dit is niets voor de Franse markt'). Wanneer je het niet probeert terwijl het taalgebied tien keer groter is, dan ben je eerder bezig met gemiste kansen dan met rationele voorzichtigheid.
Viva la Belgique.